Naar de hoofdinhoud

Printen en coderen. In één handeling.

Een RFID-printer drukt het etiket af en schrijft tegelijk het nummer in de chip. Wat eruit komt is een label dat leesbaar is voor een mens én voor een reader, zonder dat er een tweede stap tussen zit waar iets fout kan gaan.

Eerst het label kiezen, dan de printer die dat label aankan.

Industriële RFID-printer, gesloten, met de labelrol zichtbaar achter het venster en het bedieningsscherm aan de voorkant.
Eén apparaat, twee handelingen tegelijk: het etiket eruit en de chip beschreven.

Waar je op let bij het kiezen

De eerste vraag is niet welke printer, maar of je überhaupt zelf moet printen.

Zelf printen of inkopen
Vaste aantallen per jaar koop je voorgecodeerd in; wisselende aantallen print je zelf
Hoeveel per dag
Een paar dozijn vraagt iets anders dan een productielijn die doordraait
Waar hij staat
Kantoor, werkbank of productiehal. Dat bepaalt de behuizing en het onderhoud
Welk label
De printer moet het labeltype aankunnen dat je gekozen hebt, en niet andersom

Lint en labelrol

Wat erin gaat bepaalt wat eruit komt

Het lint en de labelrol liggen naast elkaar in de printer, en de chip zit in het label zelf. Bij het inleggen kies je dus al of je een label krijgt dat op karton werkt of een dat tegen metaal en vocht kan. Een printer die het verkeerde labeltype niet aankan, drukt het wel af maar codeert het niet betrouwbaar, en dat merk je pas bij de eerste lezing.

Dezelfde printer open, met het zwarte lint en de witte labelrol ingelegd naast de printkop.

Bedienen op de vloer

Het apparaat zegt zelf wat er mis is

Een printer die stilstaat kost tijd omdat niemand weet waarom. Op het scherm staat de melding en de handeling die erbij hoort, zonder handleiding erbij. Dat is precies wat je wilt op een plek waar de mensen die ermee werken geen printerbeheerders zijn.

Close-up van het bedieningspaneel: het scherm meldt dat de printkop open staat en vraagt om die te sluiten.

Wat zelf printen wél en níét oplevert

Wel

  • Labels maken op het moment dat je ze nodig hebt
  • Nummer en opschrift in één handeling vastleggen
  • Direct controleren of de chip beschreven is voordat het label eraf komt
  • Wisselende aantallen aankunnen zonder voorraad

Niet

  • Goedkoper zijn dan inkopen bij grote, vaste aantallen
  • Elk labeltype aankunnen: dat verschilt per model
  • Zonder onderhoud draaien in een stoffige omgeving
  • De keuze van het label overbodig maken

De volgorde is hier belangrijk: eerst het label kiezen dat op je materiaal werkt, dan pas de printer die dat label aankan. Andersom zit je vast aan wat de printer toevallig ondersteunt, en dat is precies de beperking die je niet wilt.

Uitzoeken of je zelf moet printen of labels moet inkopen?

Zet één proces op de meetlat. Eén locatie, tijdelijke labels en een nulmeting, met een heldere go of no-go.

Bespreek je proces