Naar de hoofdinhoud

Je voorraad klopt. Zonder dat iemand hem bijhoudt.

Een voorraadadministratie loopt niet achter omdat mensen slordig zijn. Ze loopt achter omdat bijhouden een aparte handeling is, bovenop het werk dat al af moet. Wie haast heeft slaat hem over, en het verschil groeit stil. STOCKflow haalt die aparte handeling weg: registreren gebeurt op het moment dat er toch al gelezen wordt.

We beginnen bij één artikelgroep en meten hoe groot het verschil met de administratie nu echt is.

Een magazijngang tussen hoge palletstellingen, gevuld met gewikkelde pallets en gelabelde dozen tot bovenaan.

Herken je dit?

Voorraadbeheer is het fundament: klopt dit niet, dan klopt geen enkele workflow erbovenop.

Wat het kost

Wat een voorraad die niet klopt per jaar kost

Correcties per week

Minuten uitzoekwerk

Weken

Per jaar

276 uur

Gerekend met euro per uur, en met het deel van de theoretische winst dat je in de praktijk haalt:

Conservatief
110 uur4.968 euro per jaar
Verwacht
166 uur7.452 euro per jaar
Potentieel
221 uur9.936 euro per jaar

Rekenvoorbeeld op basis vanveertig correcties per week die elk negen minuten uitzoekwerk kosten, over 46 werkweken. Alleen het uitzoeken, zonder de gevolgen verderop in de keten. Geen meting bij een klant. De getallen zijn aanpasbaar: zet je eigen situatie erin en de uitkomst rekent mee.

Hoe een voorraad zichzelf bijhoudt

Er komt geen tweede systeem naast het bestaande. Er verdwijnt een handeling uit het bestaande.

  1. 01 / Eenmalig labelen

    Elk artikel of elke drager krijgt een tag op het moment dat het binnenkomt of gemaakt wordt. Welk label dat wordt hangt af van het materiaal, de temperatuur en of het door de was moet.

  2. 02 / Lezen waar het werk toch al gebeurt

    Bij inslag, bij een doorgang, of met een handheld tijdens een ronde. Er komt geen scanmoment bij dat er eerst niet was; het bestaande moment wordt de registratie.

  3. 03 / Verschil zichtbaar in plaats van verborgen

    Wat gelezen is tegenover wat verwacht werd. Een afwijking komt naar boven op de dag dat hij ontstaat, niet bij de telling drie maanden later.

Wat RFID-voorraadbeheer wél en níét doet

Wat RFID-voorraadbeheer wél en níét doet

Wel

  • Honderden artikelen tegelijk registreren, ook door karton en folie heen
  • De laatste waarneming vasthouden: waar, wanneer, bij welke handeling
  • Verschil tussen verwacht en gelezen direct tonen
  • Werken naast je bestaande barcodes, op dezelfde handheld

Niet

  • Voorraad bijhouden van artikelen die niet gelabeld zijn
  • Een leesmoment verzinnen waar er in het proces geen is
  • Betrouwbaar lezen op onbehandeld metaal of door vloeistof zonder een daarvoor gemaakt label
  • De inhoud van een gesloten doos kennen, tenzij die inhoud zelf gelabeld is

Dit staat of valt bij het labelmoment. Zit het label er te laat op, dan is de winst verderop in de stroom al weg. Dat is de belangrijkste ontwerpkeuze van het hele traject en daarom staat hij vooraan en niet in de kleine lettertjes.

Wat er in de praktijk verandert

  • Voorraad die klopt zonder telronde

    Wat je scant is wat er staat. De wekelijkse steekproef om te zien of het systeem nog klopt, vervalt.
  • Ontvangst boeken zonder typen

    Wat binnenkomt wordt gelezen en staat erop. Niemand voert een pakbon over in een scherm.
  • Het verschil zie je meteen

    Verwacht tegenover gelezen, per zone. Je zoekt niet meer uit waar het verschil zit maar of je het accepteert.
  • Eén waarheid in plaats van twee

    Het systeem en de vloer zeggen hetzelfde. De discussie over welk getal klopt gaat niet meer over de data.

Zo bewijzen we het: een kleine, betaalde Proof of Value

Niet de hele voorraad. Eén artikelgroep of één zone, tijdelijke labels, en een nulmeting van hoe groot het verschil met de administratie vandaag is.

Scope

  • Eén artikelgroep of magazijnzone
  • Tijdelijke labels, geen vaste infrastructuur
  • Eén handheldreader en een beperkte groep gebruikers
  • Nulmeting van de afwijking tussen systeem en werkelijkheid
  • Uitzonderingen worden vastgelegd, ook als ze slecht uitpakken

Go of no-go

Na de meting ligt er een go of een no-go op tafel, met de cijfers erbij. Blijkt de afwijking klein, dan is dat de uitkomst en houdt het op. Blijkt hij groot, dan weet je meteen waar hij ontstaat en wat een uitrol zou opleveren.

Wat je waarschijnlijk denkt

Ons ERP houdt de voorraad toch al bij?

Je ERP houdt bij wat erin geboekt is. Dat is iets anders dan wat er ligt. Het verschil tussen die twee is precies waar dit over gaat, en dat verschil ontstaat niet in het systeem maar op de vloer, bij elke handeling die iemand niet meer heeft geboekt.

Moeten we dan eerst alles labelen?

Nee. Je begint bij één artikelgroep of één zone, met tijdelijke labels. Pas als de meting laat zien dat het werkt, ontwerpen we waar het label structureel op moet en wanneer. Alles vooraf labelen is een uitrol, en een uitrol koop je niet voordat je weet dat hij iets oplevert.

Wat gebeurt er met onze barcodes?

Die blijven waar ze goed zijn. Barcode is goedkoop en werkt prima als iemand toch al één artikel per keer in handen heeft. Onze handhelds lezen allebei, dus de twee draaien naast elkaar en je hoeft niets af te schaffen om te beginnen.

Laat beoordelen hoe ver jouw voorraadadministratie van de vloer af staat.

Zet één proces op de meetlat. Eén locatie, tijdelijke labels en een nulmeting, met een heldere go of no-go.

Vraag een Proof of Value aan