Naar de hoofdinhoud

Niet elke pallet staat waar hij hoort. Wel elke pallet is te vinden.

Een locatie klopt zolang iedereen hem boekt. In de praktijk wordt er tussentijds neergezet: in het gangpad, op de kopse kant, bij de expeditie omdat het toch zo weg moet. Die plek staat nergens, en daarmee is het artikel administratief verdwenen terwijl het gewoon in het pand staat.

We beginnen bij één zone en meten hoeveel artikelen daar op een niet-geboekte plek staan.

Pallets met gewikkelde dozen die los op de vloer van een magazijnhal staan, met daarachter stellingen met genummerde locaties.
Dit staat er wel, maar nergens geboekt. Een vast leespunt legt de locatie vast uit de handeling, niet uit een invoerveld.

Herken je dit?

Locatiebeheer gaat zelden mis bij de vaste plekken. Het gaat mis bij alles wat tijdelijk ergens staat.

Wat het kost

Wat zoeken naar een verkeerd geplaatste pallet kost

Misgrepen per dag

Minuten zoeken

Werkdagen

Per jaar

345 uur

Gerekend met euro per uur, en met het deel van de theoretische winst dat je in de praktijk haalt:

Conservatief
138 uur6.210 euro per jaar
Verwacht
207 uur9.315 euro per jaar
Potentieel
276 uur12.420 euro per jaar

Rekenvoorbeeld op basis vanvijftien keer per dag iets niet op de aangegeven plek vinden, met zes minuten zoeken erna, over 230 werkdagen. Geen meting bij een klant. De getallen zijn aanpasbaar: zet je eigen situatie erin en de uitkomst rekent mee.

Hoe een locatie zichzelf bijhoudt

Er zijn twee soorten locaties, en ze vragen om iets anders. Vaste plekken hebben een leespunt nodig, vrije plekken een ronde.

  1. 01 / Zones in plaats van vakjes

    Je deelt het pand op in zones die passen bij hoe er gewerkt wordt. Een zone is groter dan een stellingvak en kleiner dan een hal; groot genoeg om betrouwbaar te lezen, klein genoeg om iets snel terug te vinden.

  2. 02 / Passeren wordt vastgelegd

    Een leespunt bij een doorgang of dock legt vast dat iets een zone in of uit gaat. Voor vrije plekken loopt iemand een ronde met een handheld, en die ronde is de inventarisatie.

  3. 03 / Laatste waarneming als antwoord

    In STOCKflow zie je waar iets voor het laatst is gezien en wanneer. Dat is geen stip op een plattegrond, maar het is genoeg om er in één keer naartoe te lopen.

Wat locatiebeheer met RFID wél en níét doet

Wat locatiebeheer met RFID wél en níét doet

Wel

  • Voorraad verplaatsen met een controle erop: bron, bestemming, aantal, ook tussen vestigingen
  • Zoneherkenning: in welk deel van het pand is dit voor het laatst gezien
  • Passages bij doorgangen en docks automatisch vastleggen
  • Een hele zone in één ronde met een handheld inventariseren
  • Vrije plekken bijhouden zonder dat iemand een locatie intikt
  • Zien hoe lang iets al in een zone staat, met een grens per zone

Niet

  • Een exacte positie op de vierkante meter, dat is een ander en duurder soort systeem
  • Melden dat iets verplaatst is, als er tussen de twee plekken geen leesmoment zit
  • Werken zonder een indeling in zones: zonder grenzen is er geen locatie
  • Iets terugvinden dat het pand uit is, tenzij daar ook leespunten staan

Dit is de verwachting die het vaakst rechtgezet moet worden. Passieve RFID geeft je een zone en een tijdstip, geen bewegend stipje op een kaart. Voor veruit de meeste zoektochten is dat precies genoeg, en wie echt stipjes nodig heeft moet weten dat dat een ander project met een andere prijs is.

Wat er in de praktijk verandert

  • Een vrije locatie zonder afspraak

    Iemand zet een pallet neer waar ruimte is en de locatie wordt geregistreerd. Geen bord, geen krijt, geen mail.
  • De pallet die tijdelijk ergens staat

    Juist die raakt kwijt, want niemand boekt hem om. Nu staat hij waar hij staat, ook als dat niet de bedoeling was.
  • Verplaatsen met een controle erop

    Bron, bestemming, aantal. Een verplaatsing die halverwege stopt levert geen voorraad op twee plekken op.
  • Een nieuwe medewerker vindt het ook

    Zonder de kennis van wie er tien jaar loopt. Dat is de dag dat locatiebeheer zich terugverdient.

Zo bewijzen we het: een kleine, betaalde Proof of Value

Eén zone, één type drager. We leggen vast hoe vaak iets daar op een niet-geboekte plek staat, en wat het kost om het dan terug te vinden.

Scope

  • Eén magazijnzone of afdeling
  • Eén type pallet, kar of drager
  • Tijdelijke labels en een handheld
  • Nulmeting van misgrepen en zoektijd per misgreep
  • De zone-indeling wordt apart beoordeeld, want daar hangt de rest aan

Go of no-go

Na de testperiode weet je hoeveel van je voorraad op een onbekende plek stond en hoeveel zoektijd dat kostte. Valt dat mee, dan stopt het daar. Valt het tegen, dan ligt er meteen een zone-indeling en een lijst leespunten die je nodig hebt.

Wat je waarschijnlijk denkt

Wij werken met vaste locaties, dus dit speelt bij ons niet.

Dat is precies wat het systeem zegt. De vraag is wat er gebeurt op een drukke dag, als de vaste plek vol is en er iets tussenin gezet wordt. Bij de meeste bedrijven is dat geen uitzondering maar dagelijkse praktijk, en het zijn juist die artikelen waar de zoektijd in gaat zitten.

Hoe fijnmazig wordt het? Kunnen we het stellingvak zien?

Meestal niet, en dat beloven we ook niet. Een zone is doorgaans een gangpad, een blok stellingen of een afdeling. Fijner kan met meer leespunten, maar de kosten lopen dan snel op terwijl de winst afvlakt: als je binnen tien meter bent, brengt de handheld je er zelf naartoe.

Moeten we ons WMS aanpassen?

Niet om te beginnen. In de Proof of Value draait STOCKflow ernaast en vergelijken we wat wij zien met wat het WMS zegt. Pas als de fysieke stroom klopt, is koppelen zinvol. Koppelen op een proces dat nog niet werkt levert alleen snellere foute data op.

Laat beoordelen hoeveel van je voorraad op een onbekende plek staat.

Zet één proces op de meetlat. Eén locatie, tijdelijke labels en een nulmeting, met een heldere go of no-go.

Vraag een Proof of Value aan