Naar de hoofdinhoud

De antenne bepaalt het leesveld. En dus ook wat je níét wilt lezen.

Een leesveld dat te klein is mist objecten. Een leesveld dat te groot is pakt de stelling ernaast mee, en dan telt je registratie te veel. Dat tweede is het lastigst, want het valt pas op als de cijfers niet blijken te kloppen.

Vier vlakke vierkante RFID-panelantennes op een witte achtergrond, elk met een opgerolde antennekabel eronder.

Waar je op let bij het kiezen

Bij antennes is de vorm van het veld belangrijker dan de winst in dBi.

Vorm van het veld
Een smalle bundel voor een doorgang, een breed veld voor een tafel
Polarisatie
Circulair als de tags alle kanten op liggen, lineair als ze allemaal gelijk hangen
Wat er buiten moet blijven
Vaak bepalender dan wat erbinnen moet: reken op afscherming
Montage
Aan een portaal, tegen een wand of onder een tafelblad, en of dat kan waar je hem wilt

Wat een antenne wél en níét doet

Wel

  • Het leesveld vormgeven: waar wel en waar niet
  • Meerdere tags tegelijk aanspreken binnen dat veld
  • Onzichtbaar weggewerkt worden, bijvoorbeeld onder een werkblad
  • Samenwerken met andere antennes op één reader

Niet

  • Zelfstandig werken: er hoort altijd een reader bij
  • Door metaal heen kijken
  • Een te grote afstand goedmaken met meer vermogen alleen
  • Voorkomen dat naburige tags meelezen, zonder afscherming

Meer vermogen is zelden het antwoord. Een groter veld leest ook meer mee wat je niet wilde, en dan ruil je een gemist object in voor een verkeerd getal. In de Proof of Value meten we daarom niet alleen of iets gelezen wordt, maar ook wat er ten onrechte meekomt.

Uitzoeken welk leesveld jouw situatie vraagt?

Zet één proces op de meetlat. Eén locatie, tijdelijke labels en een nulmeting, met een heldere go of no-go.

Bespreek je proces